Interview Katrien Luijkx

Katrien Luijkx is sinds november 2013 bijzonder hoogleraar ouderenzorg en begeleidt de leerstoel.

Katrien Luijkx over de Leyhoeve

Hoe bent u met ouderen bezig?

Ik doe onderzoek naar ouderen. In 2001 ben ik gepromoveerd op onderzoek naar hoe ouderen voor zichzelf zorgen en op wie zij een beroep doen als zij dat zelf niet meer kunnen. Sindsdien heb ik het grootste deel van mijn werkzame leven besteedt aan sociaal wetenschappelijk onderzoek naar ouderen.

 

Katrien Luijkx

Katrien Luijkx

Waar werkt u?

Ik werk bij Tranzo, dat is één van de departementen van de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences van Tilburg University. Wij willen wetenschap en praktijk met elkaar verbinden op het gebied van zorg en welzijn. Om dat te realiseren werken we nauw samen met de zorgpraktijk. Dat doen we op verschillende terreinen in zogenaamde Academische Werkplaatsen. Ik ben coördinator van de Academische Werkplaats Ouderen.

 

U bent ook bijzonder hoogleraar?

Inderdaad, sinds november 2013 ben ik bijzonder hoogleraar Ouderenzorg. Mijn leerstoel is mogelijk gemaakt door de volgende tien organisaties in de ouderenzorg: De Riethorst Stromenland, Volckaert, Surplus, De Wever, Stichting Schakelring, Stichting Groenhuysen, Zorggroep West- en Midden-Brabant (Thebe), CZ Zorgkantoren, BrabantZorg en ZuidZorg. Met deze tien organisaties werk ik samen in de Academische Werkplaats Ouderen.

 

Wat zijn uw ambities?

Met behulp van onderzoek wil ik graag een bijdrage leveren aan het realiseren van mensgerichte ouderenzorg. Deze ambitie deel ik met de tien genoemde organisaties. Mensgerichte ouderenzorg is zorg waarin ruimte is voor de eigen identiteit, mogelijkheden en wensen van ouderen en waarin ouderen als volwaardige partners in de zorg worden benaderd. In mijn onderzoek staat de leefwereld of het perspectief van ouderen centraal, om daarmee innovatie te realiseren of zorgvormen te evalueren. Dat lijkt heel logisch, maar in de praktijk lijken onderzoekers, en ook zorgverleners en managers, het eenvoudiger te vinden om met elkaar over ouderen te praten dan met ouderen zelf. Ik verwacht dat er veel winst te behalen is wanneer we ouderen wel horen en zien en proberen om samen met hen de zorg vorm te geven.

 

Wat houdt uw onderzoek naar de Leyhoeve in?

Dit promotieonderzoek maakt inzichtelijk in hoeverre de inrichting en werkwijze van de Leyhoeve overeenkomt en verschilt van de inrichting en werkwijze van reguliere zorgorganisaties. Het gaat er dan vooral om wat bewoners met dementie daarvan merken. De inrichting en werkwijze van de zorgsuites van de Leyhoeve wordt daarom beschreven en vergeleken met psychogeriatrische afdelingen van één of meer reguliere organisaties.

De bewoners van de 85 zorgsuites staan in dit onderzoek centraal. Zij worden steeds vergeleken met mensen met dementie die op een psychogeriatrische afdeling van een reguliere zorgorganisatie wonen. We kijken naar dezelfredzaamheid, waarbij mantelzorg een belangrijk aspect is. Daarnaast is hetalgehele welbevinden, de kwaliteit van leven, van deze bewoners en hun mantelzorgers natuurlijk van belang. Als we eenmaal weten welke zaken belangrijk en onderscheidend zijn, gaan we op zoek naar een vragenlijst om de ervaringen van ouderen en hun mantelzorgers op eenvoudige wijze te kunnen meten. Als die vragenlijst nog niet bestaat, zullen we die zelf ontwikkelen.

In Nederland heeft de zorg met fikse beperkingen van het besteedbare budget te maken. Daarom nemen we in dit onderzoek ook de kosten mee. We gaan na hoe de kosten van het wonen, de zorg en de hulpmiddelen in de zorgsuites van De Leyhoeve zich verhouden tot diezelfde kosten op een psychogeriatrische afdeling van een reguliere zorgorganisatie.

Samen met Johan Polder, bijzonder hoogleraar Gezondheidseconomie bij Tranzo, begeleid ik dit onderzoek. Naar een geschikte onderzoeker zijn we nog op zoek.

 

Waarom de Leyhoeve?

Voor mij is dit onderzoek erg interessant omdat de Leyhoeve een innovatief zorgconcept ontwikkelt waarin belangrijke elementen van mensgerichte zorg gerealiseerd kunnen worden of uitgangspunt zijn. Ik verwacht dat het een voorbeeld wordt van hoe zelfredzaamheid en eigen regie het uitgangspunt vormen, terwijl zorg van professionals, als dat noodzakelijk is, echt in aanvulling is op zelfzorg en mantelzorg en niet in plaats van. Ook de technologische mogelijkheden die in de zorgsuites standaard onzichtbaar aanwezig zijn en gebruikt kunnen worden als dat nodig is, vind ik interessant. Technologie wordt vaak als oplossing voor tekorten in de zorg gezien, tegelijkertijd zien we dat de technologisch oplossingen die er zijn niet optimaal worden gebruikt.

 

Ik hoop dat dit onderzoek ons leert hoe mensgerichte zorg gerealiseerd kan worden, met inrichting van ruimtes, inzet van technologie en het handelen van zorgverleners.